De nacht is menselijk. Behandel haar ook zo.
In de nacht wordt geleefd, geëxperimenteerd, ontmoet, gedanst en geprobeerd.
En ja, in de nacht worden soms fouten gemaakt.
Dat is geen afwijking. Dat is de realiteit van een levende stad.
De stad moet bruisen, de stad moet leven. Maar zodra de nacht zich ook menselijke gedraagt, wordt er met sensatie, verontwaardiging en publieke beschaming gereageerd.
En laten we daar eerlijk over zijn: dat voegt niets toe.
Geen beter begrip, geen oplossing en ook geen veiligere stad.
De nachtburgemeester is geen bestuurder en geen handhaver, maar wél een serieuze publieke rol. Een ambassadeur van het nachtleven. Iemand die luistert naar bezoekers, makers, ondernemers en gemeente, en hen met elkaar verbindt.
Juist omdat die rol midden in de nacht staat, kan die nooit steriel zijn. We kunnen niet tegelijk vragen om iemand die het nachtleven begrijpt, maar er nooit door geraakt wordt.
Wie de nacht vertegenwoordigt, vertegenwoordigt ook haar menselijkheid.
En die menselijkheid is gelukkig niet perfect.
Wat daar niet bij hoort, is iemand publiekelijk afrekenen op een incident dat, hoe onhandig ook, binnen het nachtleven niet uitzonderlijk is en meestal met een gesprek of waarschuwing wordt afgehandeld.
Onze nachtburgemeester heeft verantwoordelijkheid genomen en haar taken neergelegd. Dat verdient respect.
Maar laat één ding duidelijk zijn:
Wij blijven achter haar staan.
Omdat zij het nachtleven vertegenwoordigde zoals het is.
Omdat zij zich inzet voor deze stad.
En omdat één incident nooit het hele verhaal mag worden.
De nacht van Amersfoort is groter dan één moment.
En onze nachtburgemeester
meer waard dan een krantenkop.
Namens de Amersfoortse nacht.